Not so simply red

Als baby en peuter was ik, op wat plukjes wit dons na, zo goed als kaal. Tot mijn tiende had ik een jongenskoppie. Mijn ouders hadden de ijdele hoop dat het nog wat zou worden als ze het kort hielden. Vol jaloezie keek ik naar de klasgenootjes die staartjes en vlechten hadden met van die kleurrijke elastiekjes waaraan frutseltjes zaten. Later kwam het redelijk goed, al is het nooit meer geworden dan wat springerig, dun blond haar. Met recht noemde mijn vader mij witte kaaskop. Daar zal het begonnen zijn.

Mijn hele leven heb ik gedroomd van weelderige donkere lokken. Op mijn veertiende besloot ik mijn “pruikje” voor het eerst te kleuren. Terwijl de verf introk bladerde ik door de Popfoto en bleef hangen bij een foto van de zusjes Klemann van Lois Lane. Zo zou ik eruit komen te zien, stoer en sexy. Niemand had mij verteld dat bruine verf over blond haar geen goed idee is. De dag erna moest ik met groen haar naar school.

Het kostte mijn tante uren om mijn haar weer zijn oorspronkelijke kleur te geven. Een combinatie van Hulkhaar en brandende peroxide maakte dat de tranen onophoudelijk over mijn wangen stroomden.

In de jaren die volgden heb ik nog veel foute maar ook hele gave kapsels en kleuren gehad. Bruin, pornoblond, pikzwart met een roze pony. Ultrakort en schouderlang. Maar nooit dat gedroomde kapsel. Die romantische krullen die zacht mijn gezicht omlijsten en luchtig op mijn rug hangen.

Op mijn drieënveertigste ben ik blijkbaar nog niet uitgeleerd. In een opwelling koos ik voor dieprood. Uiteraard had ik daarbij het beeld voor ogen van prachtige roodharige vrouwen. De warme schoonheid van Julianne Moore. Het mystieke van Melisandre (Carice van Houten) uit Game of Thrones.

Ik kwam eruit te zien als een herfstboom. Een waarvan de bladeren snel aan het verdorren waren. De kleur die eerst nog intens rood was, werd na drie keer wassen fuchsia roze. Elke wasbeurt had ik Carrie-achtige belevingen, waarbij het rood langs mijn lichaam droop en in de afvoer verdween. Verder trof ik veel kleurstof aan op handdoeken, beddengoed en op sommige kledingstukken.

‘Weet je het zeker?’ vroeg de kapster die zelf roodgekleurde lokken heeft. Ik zat toen inmiddels in de stoel om opnieuw blond te worden. ‘Rood is nou eenmaal een kleur die je goed moet bijhouden,’ vertelde ze. ‘Al blijft het altijd afgeven. Je kunt niet zomaar in een zwembad of in de zee springen.’
Dat gaf de doorslag. ‘Ik weet het zeker,’ zei ik.

Rood haar is voorbehouden aan roodharigen. En ik zat vijf uur in de kappersstoel om mijn haar terug te brengen naar de ‘kleur’ die ik van nature heb meegekregen.

Ik ben er klaar mee… Voorlopig.

Facebook reacties