Bel je moeder

‘Heb jij je moeder al gebeld?’ vraag ik aan geregeld aan Wim.
‘Dat doe ik deze week,’ zegt hij dan. Waarna ik als zijn wandelende agenda reageer: ‘Dat kan alleen nog vanavond, want de rest van de week heb je geen tijd.’

Wim is zeker niet de enige zoon die eraan moet worden herinnerd om zijn moeder te bellen. Ik hoor van meer vrouwen dat zij de aanjagers zijn. ‘Denk aan haar verjaardag. Koop iets voor Moederdag. Stuur een kaart.’

Vergis je niet, Wim is wel degelijk met zijn moeder begaan. Maar bellen is zo’n beetje de grootste straf voor hem. Dat is niet persoonlijk bedoeld. Telefoongesprekken of appjes met mij worden ook tot een minimum beperkt, zowel in frequentie als in woorden. ‘Ik werk langer vandaag. Zal acht uur worden. Ik neem pizza mee.’

Telefonisch worden aan zijn moeder feitelijk meer woorden besteed. Alhoewel?
Ik krijg zo’n gesprek vaak zijdelings en eenzijdig mee. Wim half liggend op de bank: ‘Ja, ja. Hmm, ja. O. Ja, ja. Ach zo ja. Echt waar? Ja. Oké. Zo, zo. Nou, nou.’
Als hij na twintig minuten ophangt, vraag ik: ‘Was er nog iets bijzonders?’
‘Nee, niks.’
‘Maar, je hebt twintig minuten met haar gesproken. Waar ging het dan over?’
‘Gewoon.’
‘Wat nou gewoon?’
‘Gewoon, niks bijzonders.’

Als we later bij mijn schoonmoeder op bezoek zijn, vertelt zij over haar oom die is overleden en laat ze trots haar nieuwe eethoek zien.
‘Dat heeft Wim je toch zeker wel verteld,’ vraagt ze als ik haar verbaasd aankijk.
En ik knik overdreven. ‘Ja, jawel. Dat heeft hij gezegd. Ik was het alleen vergeten’

In mijn hoofd zie ik hoe mijn schoonmoeder er later over praat met anderen.
‘Mijn schoondochter is een aardige meid hoor. Ze is alleen verschrikkelijk chaotisch. Je hebt d’r niks aan.’

 

2a13b438333fbf8ff77482e21c857c11-vintage-humor-retro-humor

Facebook reacties